Home  >  Historie

Het beste uit de Achterhoek:


De Achterhoek, van oorsprong een woest en ontoegankelijk gebied. Geteisterd door overstromingen en twisten. Nu een favoriete vakantie en short-break bestemming voor veel Nederlanders. Geroemd om de rust, ruimte, het groen en het befaamde coulissen landschap dat nergens anders in Nederland te vinden is.
Wie probeert zich een beeld te vormen van het oorspronkelijke Achterhoekse landschap, ziet een woest en moeilijk toegankelijk gebied. Het gebied bestaat uit dekzandruggen, uitlopers van een diluviaal hoogteterras aan Duitse zijde. Vele beken stromen van oost naar west en voedden een lager gelegen strook van moerasbos en veen aan de westzijde van de Achterhoek, die een moeilijk te nemen barrière vormde voor verkeer uit het westen. Op de hoger gelegen gronden kwamen bos en heide voor. Deze heide is ontstaan door menselijke bemoeienis; begrazing door gedomesticeerd vee.

Prehistorie

Op veel plaatsen in de Achterhoek zijn sporen aangetroffen van nederzettingen uit de prehistorie. Onduidelijk is of de diverse plaatsen gedurende de millennia permanent bewoond zijn geweest, of dat er sprake is geweest van radicale volksverhuizingen en/of vijandelijkheden. Namen van volken, waarvan aangenomen wordt dat ze de Achterhoek bewoond hebben, zijn in chronologische volgorde: Bructeren en Chamaven (Germaanse stammen, later gerekend tot de Franken), en na de grote volksverhuizing de Saksen.

Christelijk geloof

Het beter bereikbare Zutphen, in het uiterste noordwesten van de Achterhoek, wordt al beschreven in de Romeinse tijd. De rest van de Achterhoek komt in geschriften voor vanaf de periode van zijn kerstening, ingezet in het laatste decennium van de 8e eeuw. Geen wonder dat deze kerstening vanuit het oosten plaatsvond: landsgrenzen bestonden nog niet en geologisch maakt de oostelijke Achterhoek deel uit van het aangrenzende Münsterland. Doetinchem wordt in 838 voor het eerst genoemd.

Nadat Karel de Grote de Saksische hertog Widukind definitief had verslagen, eiste hij van hem en zijn onderdanen de bekering tot het christendom. Zo kreeg missionaris Liudger de opdracht om onder andere de heidense Saksen in de Achterhoek te bekeren. Hij heeft parochies gesticht in Groenlo, Wichmond, Winterswijk en Zelhem. Liudger werd later de eerste Bisschop van Münster.

Middeleeuwen
In de middeleeuwen ontwikkelde zich in de Achterhoek een feodale maatschappij. Het over groote deel van de Achterhoek was onderdeel van het Graafschap Zutphen. De in het noordoosten gelegen Heerlijkheid Borculo was lange tijd een zelfstandig staatje, maar werd later betwist door de hertogen van Gelre en de bisschoppen van Münster. Bisschop Bernhard von Galen, bijnaam Bommen Berend, heeft ook na de Vrede van Münster met militaire acties geprobeerd de heerlijkheid tot zijn gebied te maken. Borculo behoorde immers niet tot het Hertogdom Gelre en daarover stond dus niets in dat verdrag.

Plaatsen als Bronkhorst (nu met 300 inwoners het kleinste stadje van Nederland), Doesburg, Doetinchem, Terborg en Zutphen kregen al vroeg stadsrechten. In het gebied bevinden zich een aantal kastelen van met name de adellijke families Bronkhorst en Van Heeckeren. De Achterhoek kende dan ook tot in de 19e eeuw een feodale structuur. De families vochten een verwoede machtsstrijd uit met name tijdens de Gelderse Successieoorlog. Ook tijdens de Gelderse oorlogen en de Tachtigjarige oorlog werd het gebied regelmatig geteisterd door de vijandigheden. Onder andere om het kasteel Heerenberg en de stad Groenlo is stevig gevochten.

Industrialisatie

De industrialisatie is de Achterhoek grotendeels ontgaan. Uitzondering hierop is de strook aan weerszijden van de Oude IJssel, waar dankzij de oerhoudende grond vroeg in de 18e eeuw een ijzerindustrie ontstond in en rond de plaatsen Ulft, Terborg, Doetinchem en Keppel. Voor het overige leefde men tot ver in de 19e eeuw zoals men dat al eeuwen had gedaan.

Esgronden en houtindustrie

De buurschappen, dorpen en steden hadden hooguit een paar honderd inwoners. Vaak bezaten ze gezamenlijk enkele esgronden en heidevelden in de buurt van de nederzetting. De rest van gronden was nog woest, met name de lagere delen. Pas begin 20e eeuw is de Achterhoek grootschalig ontgonnen. Lange tijd werd veel bos gekapt ten behoeve van de houtindustrie. Aan deze functie kwam eind jaren '40 een einde.

Voorspoed

Nadat de overheid in de tweede helft van de 19e eeuw door onder andere de aanleg van spoorlijnen en verharde wegen redelijk in de streek investeerde, werd het gebied langzaam toegankelijker. Slechts enkele plaatsen werden aangesloten op het spoornet, de rest van de Achterhoek werd begin 20e eeuw na de oprichting van de Gelderse TramWegen (GTW) ontsloten door middel van goedkopere trambanen. Daardoor nam naast de traditionele agrarische sector de industriële werkgelegenheid toe, net als de recreatieve voorzieningen. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de welvaart gestaag toegenomen.